Patiëntveiligheid

Als patiënt heeft u recht op een kwaliteitsvolle zorg. Onze medewerkers doen daarom ook al het mogelijke om u een kwalitatief hoogstaande zorgverlening aan te bieden.

Behalve de inbreng van de zorgverleners, is ook uw persoonlijke inbreng als patiënt erg belangrijk. Aan de hand van de volgende 10 tips kan u zelf helpen om uw veiligheid te vergroten.

1. Een goede voorbereiding op uw ziekenhuisverblijf

Het is nuttig dat u nog voor uw opname goed geïnformeerd bent. Bekijk dus alvast eens de rest van de website, en zorg dat u weet wat u mag verwachten van uw behandeling of onderzoek in het ziekenhuis (bijv. doel, risico’s, alternatieven, kostprijs, ...).

Als patiënt heeft u recht op duidelijke, begrijpbare informatie. Bespreek uw vragen grondig met uw arts en laat hem uitleggen waarom hij een bepaalde behandeling of een bepaald onderzoek voorstelt. U kan voor dit gesprek eventueel iemand meevragen om u te helpen alles te onthouden en te begrijpen.

2. Noteer belangrijke informatie over uw gezondheid en bezorg die aan uw zorgverleners

Het  is belangrijk dat de zorgverleners in het ziekenhuis goed op de hoogte zijn van uw gezondheidstoestand. Informeer hen daarom over uw geneesmiddelengebruik, allergieën, eet- en andere gewoonten. Vul deze invullijst in en overhandig hem bij opname aan de zorgverleners van het ziekenhuis.

3. Veilig geneesmiddelengebruik

Controleer of het geneesmiddel dat u krijgt voor u bedoeld is. Laat de zorgverlener die u het geneesmiddel bezorgt of toedient uitdrukkelijk uw naam noemen. Verwittig een zorgverlener als het geneesmiddel er anders uitziet dan de vorige keer.

Als u nieuwe geneesmiddelen krijgt, laat dan aan de zorgverlener tijdig weten welke allergieën u heeft. Vraag gerust na waarvoor de geneesmiddelen dienen en hoe, wanneer en hoe lang u ze moet innemen en welke mogelijke bijwerkingen er aan de medicatie verbonden kunnen zijn.

4. Stel vragen en laat van u horen!

Zorg dat u op de hoogte bent van uw behandelingsplan en dat u ermee akkoord gaat. Vraag wat er precies zal gebeuren, wanneer het zal gebeuren en wie u zal behandelen. Als u iets niet begrijpt, zeg dat dan onmiddellijk. Probeer eventueel informatie die u krijgt te herhalen in eigen woorden; zo bent u zeker dat er geen misverstanden zijn. Het is beter te veel vragen te stellen dan te weinig!

5. Laat u identificeren

Zorg ervoor dat alle zorgverleners weten wie u bent, en dat ze uw identiteit nagaan. Let er bijvoorbeeld op dat ze uw naam vragen voordat ze geneesmiddelen toedienen of een behandeling uitvoeren. Wees niet bang om de verpleegkundige of dokter aan te spreken als u denkt dat hij u verwart met een andere patiënt.



Bij opname ontvangt u een polsidentificatiebandje. Houd het bandje om tijdens het volledige verblijf; zo vermijd u vergissingen. Vraag een nieuw polsbandje als uw polsbandje om een of andere reden verwijderd moest worden of als uw naam niet meer leesbaar is.

6. Vertel het als u pijn of andere ongemakken ervaart

Laat uw zorgverleners weten wanneer u last heeft van pijn of andere ongemakken, zoals duizeligheid of misselijkheid. Zo kunnen zorgverleners tijdig ingrijpen, en mogelijk de pijn of het ongemak verhelpen.

7. Voorzorgen voor een veilige operatie

Bereid u samen met de arts en verpleegkundige goed voor op de operatie. Vraag na of er iets is wat u moet doen of laten voor de operatie (bijvoorbeeld nuchter blijven), hoe lang de operatie duurt en hoe u zich zult voelen na de operatie. Verwijder voor de operatie juwelen, haarspelden, lenzen, bril, piercings, nagellak, make-up, ... Let er in het geval van een operatie op dat uw identiteit bevestigd wordt voordat u verdoofd wordt en controleer of het lichaamsdeel dat geopereerd moet worden, correct is aangeduid.

8. Een ziekenhuisinfectie voorkomen

Een goede hygiëne is essentieel om de verspreiding van bacteriën tegen te gaan en infecties te voorkomen. Het is bewezen dat het geregeld ontsmetten van de handen het aantal ziekenhuisinfecties aanzienlijk doet afnemen. Let er op dat zorgverleners hun handen ontsmetten vóór zij u verzorgen. Aarzel niet om hen hieraan te herinneren!



Ook uw eigen hygiëne is belangrijk. Pas daarom een goede lichaamshygiëne toe. Ontsmet en was uw handen als u in contact komt met anderen, als uw handen zichtbaar vuil zijn, voor de maaltijd, na het gebruik van het toilet, na hoesten, niezen of snuiten. Lees meer over ziekenhuishygiëne.

9. Vallen. Blijf er even bij stilstaan

Als u problemen hebt met uw zicht, meld dat dan aan de verpleegkundige of arts. Als u recht wil staan, doe dit dan langzaam om duizeligheid te voorkomen. Loop niet op blote voeten of kousen, draag schoenen of pantoffels die voorzien zijn van een dichte hiel en niet glijden.  Gebruik indien nodig een hulpmiddel, zoals krukken of een looprekje bij het wandelen.



Houd voorwerpen die u vaak nodig hebt, zoals uw zakdoek, bril of telefoon dicht bij u zodat u er niet naar moet reiken als u ze wilt gebruiken. Vraag de verpleegkundige om het oproepsysteem (de bel) binnen handbereik te leggen en vraag hoe u het moet gebruiken.

 Als u ’s nachts op wil staan doe dan steeds het licht aan en roep altijd de hulp in van het ziekenhuispersoneel als u onzeker bent om te wandelen zonder ondersteuning. Het is beter om een keer te veel hulp te vragen, dan te weinig!

10. Veilig naar huis

Zorg dat u goed geïnformeerd bent over uw herstel thuis of elders. De zorg na uw verblijf in het ziekenhuis is immers even belangrijk als uw behandeling tijdens de ziekenhuisopname. Daarom moet u weten welke nazorg u zal krijgen, wie u zal opvolgen, wat u moet doen of laten, ...

Vraag of er nog nabehandeling nodig is (bijvoorbeeld kinesitherapie, geneesmiddelen, verzorging van wonden, ...) en of u nog specifieke zorg of hulpmiddelen nodig hebt (bijv. krukken, looprekje, rolstoel).

 Zorg ervoor dat u weet wanneer u uw normale activiteiten (werk, hobby’s, autorijden, huishoudelijke taken, ...) mag hervatten en ook wanneer u (indien nodig)  weer op controle moet komen, bij wie, waar en wanneer.